Het verhaal van ..........
Lauwereyns Henri
01 Okt 1924 - 16 Jul
2004
en de ontbinding te Duinbergen op 20 december 1944

Ik behoorde tot de lichting 1944
en werd op 02 augustus 1943 te Londen opgeroepen, om in het belgisch leger
dienst te gaan nemen. De normale training duurde +/- 7 weken en had plaats te
Walton Hall.
De opleiding te Walton Hall werd
geleid door adjudant Vissers. Deze opleiding ging voornamelijk over het hanteren
van het geweer, bajonet, brengun en het werpen van granaten. Voor het marcheren
stonden steeds lange afstanden op de dagorde. Begin oktober 1943 was de training
te Walton Hall voorbij, en wij werden overgeplaatst naar Lowestoft, om aldaar de
brigade Piron te vervoegen.
Op 07 oktober 1943 werden wij te Lowestoft welkom genoemd door kolonel Piron en luitenant Lefevre, deze laatste had bij afwezigheid van kapitein Smekens, het bevel over de Iste geniecompagnie. De nieuw geboren Iste geniecompagnie zou voortaan “ First Field Coy Engineers “ genoemd worden.

In afwachting dat wij naar een engels kamp voor opleiding voor geniemannen zouden vertrekken, werd ons de oude werkwijze voor het leggen van bruggen met balken, metalen vaten en koorden aangeleerd. Deze werkwijze was voor de oostendenaars plezierig, daar zij zeer handig waren bij het leggen van knopen in de koorden.

In de maand januari 1944 vertrok
de First Field Eng Coy naar het kamp Fullwood barrachs te Preston. Nu volgde de
echte training, deze werd dagelijks opgedreven. Het weder was zeer slecht en
zeker niet onze bondgenoot, het regende dag en nacht, onze kleren kregen de tijd
niet om te drogen. Het grootste gedeelte van de 7 weken training volbracht te
Preston, bij de engelse “6th Training Battalion Royal Engineers “ werd besteed
aan het bouwen van baileybruggen, later zou blijken dat deze harde training zeer
nuttig was geweest.
Te Preston waar veel oostendse vissers als vluchteling een onderkomen hadden gevonden, werden wij door onze landgenoten zeer goed ontvangen, vele gezinnen waaronder de familie van Arnoudt Jacques nodigden ons regelmatig uit om bij hen verse vis te komen eten.

Een andere instruktieperiode van 3
weken te Weymouth in mei 1944, werd uitsluitend voorbehouden aan de “ bailey
pontoon bridge “ ( brug op pontons ). Het is tijdens deze periode dat de
geniecompagnie een vlottende brug bouwde van 257 voet ( 78,40 m lang ). Toen de
baileypontoonbrug in Normandië in gebruik werd genomen stond de belgische
geniecompagnie op punt.
De baileybridge zou een overwegende rol in de zegevierende opmars van de legers van generaal Eisenhouwer spelen. Meer dan 1.000 baileybruggen werden gebouwd van Normandië tot Berlijn, en onder deze staan 2 bruggen op het aktief van de belgische genie van de brigade Piron : een brug van 27,45 meter lang werd gebouwd op 28 en 29 augustus 1944 op de noordelijke arm van de Risle te Pont-Audemer in Normandië, en later de “ Brussels bridge “ te Bree in België, deze laatste was 33,35 meter lang.
Eindelijk was de dag aangebroken dat wij zouden inschepen voor de landing op het europees vasteland. De 3de augustus 1944 wordt te Tilbury aan boord gegaan van de “ Liberty ships “ voor de landing in Normandië. Het bruggenhoofd van de geallieerden was groot genoeg om de duitse verdediging te doorbreken en de belgische brigade Piron zou bij deze aanvallen ingezet worden.
17 augustus 1944 : De strijd
begint te Sallenelles, de Iste gemotoriseerde eenheid valt aan in de richting
van Merville en de 2de gemotoriseerde eenheid rukt op in de richting
van Moulin de Buisson, de First Field Eng Coy wordt onder de 2
infanterieeenheden verdeeld, om ontmijningen te verrichten. De aanval wordt
gestopt door talrijke mijnenvelden, de genie opent de doorgang met een
merkwaardige moed en koelbloedigheid.
Onder de genie vallen de eerste slachtoffers, korporaal De Quecker René door een mijnontploffing gedood tijdens een vijandelijk mortiervuur, en adjudant Harboort Petrus zwaar gekwetst, eveneens ten gevolge van een mijnontploffing. Twee dagen later overleed adjudant Harboort aan zijn opgelopen verwondingen. Verder werd sergeant Gilbert en korporaal Rogiers gekwetst, de 17 augustus was een trieste dag voor onze jonge eenheid.

De Moulin de Buisson , Franceville
en Merville worden door de brigade Piron ingenomen, tegen de avond is ook
Franceville le Plage door de belgen bezet.
De duitsers hebben overal mijnen gelegd, de twee volgende dagen worden besteed voor de ontmijningen, om de weg naar Cabourg vrij te maken.
Op 21 augustus 1944 wordt Cabourg bevrijd, de bruggen over de Dive zijn hier vernietigd en de belgische genie, bijgestaan door de plaatselijke bevolking voert herstellingen aan de bruggen uit, om de infanterie toe te laten met gelegenheidsmateriaal de rivier “ de Dive “ over te steken.

Houlgate wordt op 22 augustus 1944 om 02.45 uur door de Iste gemotoriseerde eenheid ingenomen, verder volgt Aubenville, Villers su Mer en Deauville, de belgische brigade Piron heeft een voorsprong van 8 km, op de rest van de divisie waarvan wij deel uit maken.
De 24 ste augustus 1944 bouwt de belgische genie een vlot om de radiojeeps over de rivier “ de Touques “ te brengen. De 3de gemotoriseerde eenheid die nu de voorhoede vormt wordt gehinderd door talrijke kraters en mijnen, de genie zorgt opnieuw voor de ontmijningen. Tegen de middag wordt Trouville bevrijd en om 16.30 uur is ook Pennedipie in belgische handen.

Op 25 augustus 1944 begeeft de
brigade Piron zich naar Honfleur en bevrijd de volgende dag Merville en
Foulbec.
28 en 29 augustus 1944 bouwt de
genie een baileybrug te Pont-Audemer op de noordelijke arm van de Risle, zodat
de geallieerde legers verder zouden kunnen
oprukken.
Telkens de gemotoriseerde eenheden van de brigade Piron aanvallen, wordt de genie onder deze eenheden verdeeld om ontmijningen uit te voeren. Gelukkig zijn er geen slachtoffers meer ten gevolge van mijnontploffingen.

Op 01 september 1944 wordt de
Seine overgestoken, grote vlotten moeten gebouwd worden. Eens de Seine over,
wordt in de richting Le Havre opgerukt. Om 17.45 uur wordt bevel gegeven de
opmars richting Le Havre te stoppen, en zal een nieuwe opdracht gegeven worden.
Deze luidt : oprukken richting van de Belgische grens, om deel te nemen aan de
bevrijding van Brussel.
Aan kolonel Piron wordt op 02 september 1944 door de commandant van het XXXe Britse Corps medegedeeld, dat het zijn intentie is zich de volgende dag van Brussel meester te maken en de brigade Piron, onder het bevel van de “ Guards Armoured Division “ aan deze opdracht zal deelnemen.
De 3de september om
16.36 uur overschrijd het eerste belgische voertuig de belgische grens te Rongy,
langs Leuze, Peruwelz en Antoing gaat het naar Edingen, alwaar de tijd gegeven
wordt om ons te wassen en te rusten.
Wij verlaten Edingen op 04 september 1944, overal worden wij met vreugde en op hartroerende wijze door de geestdriftige bevolking onthaald. Om 15.00 uur doet de brigade Piron zijn intrede in onze hoofdstad, deze intrede blijft een onuitwisbare herinnering.

Na 8 dagen welverdiende rust te Brussel, begeven wij ons op 11 september 1944 over het Albertkanaal te Beringen naar Leopoldsburg, om de belgisch-hollandse veldtocht aan te vangen.

Op 14 september 1944 om 09.30 uur
trekken alle eenheden van de brigade Piron, te Leopoldsburg ten aanval in de
richting van het verbindingskanaal, de aanval wordt gestopt door mijnen die de
vijand gelegd heeft. De genie komt tussen om de weg vrij te
maken.
Het XXXe Britse Corps rukt op 14
september in Nederland naar de Zuiderzee op, terwijl de amarikanen oprukken in
de richting van Keulen. Het VIIe Britse Corps met de brigade Piron, moet de
stellingen houden en geleidelijk vooruit gaan in de richting van de
Maas.
De 24ste september 1944 ontvangt
de brigade bevel op te rukken tot aan het kanaal van Wessem (Nederland),
hiervoor moet een baileybrug van 40 ton over het kanaal Maastricht – ’s
Hertogenbosch te Bree gebouwd worden. Op 24 september 1944 om 18.10 uur wordt
met de bouw van de brug begonnen, deze is op 25 september om 10.00 uur
klaar.

De gemotoriseerde eenheden, voorafgegaan door het pantsereskadron, rukken op naar het kanaal van Wessem. De First Field Coy Eng neemt stelling te Ophoven tussen Maaseik en Kesnich.

De genie voert op 01 oktober 1944 te Thorn, langs het Wessem kanaal een patrouille uit. Tijdens deze opdracht wordt korporaal Semal Emiel gedood. Het lichaam van Semal Wilfried werd door de duitsers aan de oevers van de Maas gevonden, en voorlopig begraven te Stevensweert. Het aangezicht van Semal Emiel was ongewassen, zijn zwart haar vol bloed. Hij was door een kogel getroffen in één van zijn slapen. Toen achteraf bleek dat Semal Wilfried van belgische nationaliteit was, en behoorde tot de strijdkrachten van de Piron-brigade, werd zijn lichaam terug opgegraven en overgebracht naar een begraafplaats voor gesneuvelde belgische militairen te Kapelle , circa 10 km van Goes in Zuid Beveland ( Nederland ).
Op 02 oktober 1944 wordt bevel gegeven voor de aanval op Wessem, de 2de gemotoriseerde eenheid voert deze aanval uit, detachementen van de genie vergezellen de infanterie, om ontmijningen te doen. Wij geraken tot op 150 meter van de westrand van Wessem, zwaar vijandelijk mitrailleursvuur stopt de aanval. De hulp wordt ingeroepen van de amerikaanse tanks, doch deze geraken vast in de moerassige grond op 1.500 meter van ons doelwit, het vuur van de amerikaanse tanks kunnen de duitse mitrailleuren niet neutraliseren. Er wordt bevel gegeven ons bij het vallen van de duisternis terug te trekken. Wanneer het donker begint te worden trekt de genie zich als laatste terug.

Op 02 oktober werden 1ste
sergant-majoor Sanglier en soldaat Verbruggen Antoine te Ophoven gekwetst,
Yernaux Claude ook.
23 oktober 1944 valt in de genie nog een slachtoffer. De 1ste sergeant Linssen Alexander neemt te Ophoven een vijandelijke granaat uit een wachtpost, doch de granaat kwam ter ontsteking. Linssen Alexander heeft de granaat tegen zijn lichaam gedrukt en offerde zo zijn leven voor zijn manschappen.
Wegens groeiend tekort aan
effectieven bij de infanterie worden vrijwilligers gevraagd om in deze eenheden
bij te treden, aan de sappers (ontmijners) wordt geen toestemming gegeven om bij
de infanterie te gaan, gezien ons getalsterkte zeer miniem
is.
De 30ste oktober 1944 vliegt een
pantserwagen van de brigade Piron, langs het kanaal van Wessem de lucht in, de
genie gaat in deze omgeving tot de ontmijning over.
De 11 november 1944 wordt Kinet
Lucien te Wessem gekwetst. Er wordt voor een duitse aanval gevreesd, deze zouden
bestaan uit 2 pantserdivisies en 1
infanteriedivisie. Daarom wordt op 01 november 1944 de brigade Piron achter het
kanaal van Wessem als volgt ontplooid :
In 1ste echelon de 1ste en 3de
gemotoriseerde eenheden
In 2de echelon de 2de
gemotoriseerde eenheid en de genie
In 3de echelon het pantserescadron
Van 03 tot 05 november 1944
verbeterd de genie de wegen voor de voertuigen, versterkt de verdedigingswerken
en legt mijnen aan.
Van 07 tot 10 november 1944 nog steeds patrouilleactiviteiten. De britse patrouilles met gidsen van de belgische infanterie en de genie, verkennen mogelijke overschrijdingsplaatsen over het kanaal te Wessem. Het nog bezet duits bruggenhoofd langs onze zijde van het kanaal dient door de brigade Piron ingenomen, de vijand moet ver over het kanaal teruggedreven worden. De nacht voor de aanval onderzoekt een detachement van de genie het nog bezet duits bruggenhoofd om mijnen op te sporen. Wij zoeken langzaam tot tegen de bermen van het kanaal, het door ons verkende terrein is veilig voor onze infanterie.

De volgende dag 11 november om 18.45 uur trekt het aanvalspeleton van de 2de gemotoriseerde eenheid, bijgestaan door een detachement van de genie, ten aanval. Om 18.59 uur worden 3 groene pijlen afgeschoten als signaal dat de aanval geslaagd is. De vijand reageert onmiddellijk en zeer hevig, doch wij hadden de duitsers uit zijn bruggenhoofd verdreven. Het verlies aan manschappen in de 2de gemotoriseerde eenheid bedroeg 6 doden en 13 gekwetsten, zeer droevig. Het succes van deze aanval was van kapitaal belang geweest voor het verder verloop van de operaties.
Op 16 november 1944 wordt de brigade Piron afgelost en vertrekt op rust naar Leuven. De genie diende nog ter plaatse te blijven om bijstand te verlenen aan het 2de britse leger, om de vijand van het kanaal van Wessem naar de Maas terug te slaan. Na deze geslaagde aanval trekt ook de genie zich naar Leuven terug voor enkele dagen rust.
Na voldoende rust te Leuven vertrekken wij in december 1944 naar Duinbergen voor de opleiding van vrijwilligers. Te Duinbergen vernemen wij tot onze grote spijt dat wij geen deel meer zullen uitmaken van de brigade Piron en de First Field Eng Coy zal ontbonden worden. Onze compagnie zal voortaan “ 1ste Compagnie Bevrijding “ der Iste Bataljon der legergenie “ IJzer “ genoemd worden.

Te Duinbergen kunnen de kustbewoners onder ons ten volle genieten van het bezoek aan onze families. Aan training wordt door ons oudgedienden niet veel gedaan, enkel toezien op de opleiding van de recruten. Na de opleiding vertrekken wij naar Bergen op Zoom in Nederland, daar moeten mijnenvelden door de duitsers achtergelaten gezuiverd worden.
Tijdens de ontmijningswerken te Bergen op Zoom viel in onze compagnie nog een slachtoffer. Arnoudt Jacques, een oudgediende van in engeland, trapte tijdens het zuiveren van een mijnenveld op een mijn en werd gedood. Voor ons en in het bijzonder voor de oostendenaars kwam dit zeer droevig aan, op 07 april 1945 sneuvelen met het einde van de oorlog in zicht, is zeer triestig. De eerste sectie waarbij ik en ook Arnoudt Jacques behoorde, verloor nu zijn tweede manschap. Bij het begin van de veldtocht in Normandië hadden wij reeds Dequeker René ook door een mijnontploffing verloren. Ten gevolge van de mijnontploffing werden Derijcker Gerard en Smidt Alfons gekwetst.

Enkele dagen later vertrokken wij
naar duitsland alwaar wij het einde van de oorlog meemaakten. De oorlog was wel
gedaan, doch voor de genie bleef het almaar door werken. De wegen dienden
hersteld te worden voor de transporten van de geallieerde troepen,
enz…
Op 12 augustus 1945 werden de
oudgedienden van de First Field Eng Coy gedemobiliseert. Vreugdevol werd dit
door ons aangenomen, doch na 2 jaar samen zijn waren we onder de indruk van
elkander afscheid te moeten nemen. Wij waren wel bewust dat, de meesten onder
ons elkander nooit meer zouden weerzien. Nu dachten wij allen in stilte nog eens
aan onze belevenissen tijdens de “ normandische – hollandse veldtocht “ en aan
onze gesneuvelde strijdmakkers van de First Field Eng
Coy.