|
|
Historiek 1 GENIE
De officiële
oorsprong van het Geniewapen alsook van het 1e bataljon “Sappeurs-Mineurs”,
zoals vroeger de geniebataljons genoemd werden, klimt op tot 27 oktober 1830.
Het is inderdaad op deze datum dat, bij decreet van het Voorlopige Bewind,
namens de organisatie van het nationaal leger te Luik, een bataljon van
sappeurs-minneurs, onder het bevel van Luitenant-Kolonel R. De Puydt, in het
leven wordt geroepen.
De kern van deze
eenheid wordt gevormd door enkel “mineurs” van de Hollandse genie uit het
garnizoen Maastricht, samen met vrijwilligers, stielmannen van
beroep.
Het besluit van het Voorlopige Bewind
van 22 januari 1831 legt de organisatie van het bataljon vast, dat bestaat uit
een staf en zes veldcompagnies. Het
bataljon wordt onder het bevel geplaatst van de Directeur-generaal van de
Genie.
Wat de oorsprong van het officierenkorps van de Genie betreft, is deze betrekkelijk nederig. Inderdaad, daar zeer weinig Belgen als beroepsmilitair in de genie-eenheden van het leger der Nederlanden hebben gediend, moet men nu beroep doen op enkele burgers, leraars in de wiskunde of de wetenschappen, en er “Aspiranten van de Genie” van maken. De onderofficieren en de soldaten moeten vaklui zijn, minder dan zesendertig jaar oud zijn en een dienstverbintenis aangaan van vier tot zes jaar.
In juli 1831,
toen de Hollandse militaire bedreiging beter aan het licht kwam, worden de 1ste
en 3de compagnie van het bataljon bij het Maasleger en de 2de en 4de compagnie
bij het Scheldeleger afgedeeld, terwijl de 5de en 6de compagnie te Luik
bleven.
Door deel te
nemen aan de gevechten tegen de Hollanders met het Maasleger te Zonhoven en te
Kermt, met het Scheldeleger te Turnhout en te Leuven, en door belegeringswerken
uit te voeren tegen de Citadel van Antwerpen, in handen van de Hollanders, nemen
deze compagnies actief deel aan de Veldtocht van augustus
1831.
In 1833 wordt het
bataljon versterkt door de oprichting van een compagnie Depot, en in 1837 wordt
de eenheid bij Koninklijk Besluit op een effectief van tien compagnies gebracht.
Op 4 juni 1842 wordt het bataljon “Sappeurs-Mineurs” omgedoopt tot
Genieregiment.
In 1847 wordt het
regiment gesplitst in twee bataljons, ieder van vijf compagnies, terwijl in
verschillende fasen vijf speciale compagnies opgericht worden: een compagnie
Depot, een compagnie telegrafisten-vuurwerkmakers, een compagnie pontonniers,
een compagnie spoorweg en een compagnie
werklieden.
Tijdens de
mobilisatie van 1870 worden verschillende afdelingen naar de grenzen gestuurd om
er verdedigende vernielingen voor te bereiden op de bijzonderste toegangswegen.
Zo vinden we eenheden te Dendermonde, te Diest, te Luik en te Namen; op dit
tijdstip bevinden de staf en de speciale compagnies zich te
Antwerpen.
Op 20 juli 1889
wordt het regiment verdeeld in drie actieve bataljons, een reservebataljon een
depoteenheid. Ieder actief bataljon bevat vier actieve
compagnies.
In 1902 wordt dan
voor de eerste maal over het eigenlijke 1e Geniebataljon gesproken, als het
regiment hervormd wordt in een veldbataljon met vier actieve compagnies, een
bataljon vestingsgenie met vier actieve compagnies, twee bataljons vestingsgenie
met elk twee actieve en twee reservecompagnies en een
depot
Aan de vooravond van de
Eerste Wereldoorlog in 1913, voorziet men in de organisatie van het leger, dat
elk van de zes Legerdivisies, een geniebatajon krijgt. Het 1e Geniebataljon
wordt toegekend aan de 1e legerdivisie.
De 1e
Legerafdeling heeft bij het begin van de vijandelijkheden de beschikking over
het 1e Geniebataljon dat bevolen wordt door Majoor Thirifay. Het bataljon
bestaat op dat moment uit twee compagnies, namelijk een compagnie pioniers en
een compagnie pioniers-pontonniers. Deze compagnies worden respectievelijk
bevolen door de Kapiteins-commandanten André en
Fontaine.
Een deel van het
bataljon krijgt zijn vuurdoop te GRIMDE bij TIENEN. Wanneer het Belgische Leger
zich terugtrekt in de vesting ANTWERPEN, neemt het bataljon deel aan gevechten
te ZEMST, WEERDE, HOFSTADE, KAPELLEN-op-den-bos en in de omgeving van
DENDERMONDE. Gedurende deze operaties bouwt het bataljon bruggen, onder andere
in de omgeving van DENERMONDE en op de DURME. In de omgeving van DENDERMONDE
wordt op 04 september 1914 het bataljon ingezet als
infanterie.
Na mede ANTWERPEN
verdedigd te hebben, vergezelt het zijn divisie bij de terugtocht naar de IJzer
Hun heldhaftig gedrag gaf aanleiding tot een eerste vermelding op het vaandel:
ANTWERPEN.
De eenheid wordt onmiddellijk ingezet ten zuidoosten van NIEUWPOORT. Het bataljon overschrijdt de IJzer te SCHOORBAKKE, alvorens positie te nemen als infanterie, op de spoorweg NIEUWPOORT-DIKSMUIDE, ter hoogt van BOITSHOEKE en RAMSKAPELLE.

Op 04 november
neemt de eenheid deel aan een uitval naar LOMBARDSIJDE. Hierbij wordt de
Commandant André aan het hoofd van zijn troepen gedood. Het bataljon wordt ook
belast met de vernieling van de bruggen te SCHOORBAKKE, terwijl één compagnie
tijdelijk ter beschikking geplaatst wordt van de Franse 42e Divisie, om ten
oosten van het Kanaal van NIEUWPOORT de overschrijdingsmiddelen van de
infanterie te onderhouden.
In november 1914
wordt de 1e Legerafdeling overgeplaatst naar de sector van RAMSKAPELLE, waar de
Genie belast wordt met het organiseren van het terrein. Zo worden er onder
andere loopbruggen van 800 meter gemaakt om de doorgang in het drassige terrein
mogelijk te maken. In diezelfde periode wordt het bataljon in versterking
gestuurd van de 6de Legerafdeling tijdens de slag van STEENSTRATE, waar het
wordt ingezet tussen PYPEGOLE en LIZERNE.
Vanaf juli 1915 tot maart 1916 wordt de zuidervleugel van het Belgische Leger toegewezen aan de 1e Legerafdeling. Het terrein in de omgeving van STEENSTRATE en HET SAS is uitermate moeilijk te verdedigen, doch het 1e Geniebataljon overdekte er zich met roem, zowel als infanterie dan als Genie.

In de andere
sectoren bezet door zijn legerafdeling, zien we telkens de Genie aan het werk
bij het defensief inrichten van het terrein. Buiten dit routinewerk wordt in
1916 deelgenomen aan de raid op de ‘Gruwelloopgracht” nummer 111 te
DIKSMUIDE.
Op 21 mei 1916
wordt een tweede Geniebataljon aan de 1e Legerafdeling toegekend. Eigenlijk
bestond deze eenheid al vanaf 04 oktober 1914 toen ze gevormd werd te KOEKELARE
uit de 1e en 3e compagnie vestingsgenie
“Antwerpen”.
Dit Bataljon
wordt bevolen door Majoor Lefèvre en krijgt de benaming 7e Genie. Samen met het
1e Genie zullen zij voortaan het 1e Genieregiment vormen onder bevel van kolonel
Thirifay.
In 1917 bevindt
de 1e Legerafdeling zich weer voor DIKSMUIDE. Er wordt deelgenomen aan de raid
op de “Bombardierhoeve” te STEENSTRATE, terwijl eenheden van het regiment
ALLEEN, enkel met de steun van artillerievuur, een raid op de
“Adrinopelloopgracht” uitvoeren en er op de vijandelijke oever acht bunkers
vernielen met springstof.
In juli 1918
wordt het regiment ontbonden en uit iedere derde compagnie van de 1e en 7e
Geniebataljon, wordt een nieuw bataljon, namelijk het 13e, gevormd. Er wordt een
Geniecommando van de Legerafdeling opgericht onder bevel van de Kolonel
Thirifay.
In juli 1918
wordt de 1e Legerafdeling eveneens ingezet in de sector van MERKSEM, waar de
Genie belast wordt met het uitvoeren van verscheidene raids op vijandelijke
bunkers, o.a. te PAPAGOED BOS, te CATINAT en te KIPPE. Op 18 september 1918
wordt tijdens een dergelijke raid op de loopgracht van KIVERBEEK, de Luitenant
Delporte gedood.
Voor het
prachtige gedrag en de hoge gevechtswaarde der Genietroepen wordt aan ieder
bataljon de vermelding “IJZER” toegekend.
Eindelijk dan
verandert de aard van de werken en gaat men over tot het voorbereiden van het
offensief, vooral te MERKSEM, te LUIGEM en te KIPPE, alvorens tot de eigenlijke
aanval over te gaan op 28 september 1918 in de richting van KLERKEN en
ZARREN.
Het 1e
Geniebataljon verwierf hier de derde vermelding “KLERKEN”. Er wordt ontmijnd, er
worden trechters gevuld, wegen aangelegd en bruggen gebouwd. Voor de aanvallen
op KORTEMARK, WINGENE, LICHTERVELDE, LOTENHULLE, HANSBEKE en LANDEGEM op 14
oktober 1918 krijgt het bataljon dezelfde opdracht. Bovengenoemde lijn wordt
bereikt op 20 oktober.
Het 1e Geniebataljon wordt daarna ingezet in de sector van de 9e infanteriedivisie voor de voorbereiding van de aanval op het afleidingskanaal van de Leie, op 27 oktober 1918.

Nadien vervoegt
het bataljon de 1e infanteriedivisie te BRUGGE, bezet MOERKERKE en SINT LAURENS
en wordt dan, zonder de minste rust, belast met het slaan van bruggen en het
droogleggen van het terrein tussen BALGERHOEK en
STROOIBRUG.
Het 7e
Geniebataljon nam deel aan de verovering van LANGERVEDE, HOEKSKE AHOOP, BULTHOEK
en DRAAIBANK. In steun van de 7e Infanteriedivisie onderneemt het de aanval door
het bos van HOUTHULST, en verwerft hierdoor een vermelding welke thans in gulden
letters op zijn vaandel prijkt.
Op 31 oktober
1918, tijdens de aanval op het afleidingskanaal aan de LEIE in de richting van
ZOMERGEM, ging deze eenheid, ondanks de zeer zware verliezen, de infanterie
vooraf in de aanval. Nadien vergezelde het bataljon de 2e Legerafdeling voor het
bouwen van bruggen tussen BRUGGE en GENT. Op de dag van de Wapenstilstand bevond
de eenheid zich te VINDERHOUTE.
Het 13e
Geniebataljon nam deel aan de gevechten te DRIE-GRACHTEN, POESELE, STEENSTRATE,
HOEKSKE en MERKEM. Nadien wordt het vooral belast met het versterken en
onderhouden der werken, uitgevoerd voor de 1e en 7e Genie, en met onderhoud van
het wegennet. Deze op het eerste zicht minder roemrijke opdrachten zijn nochtans
uiterst delicaat en vergen volledige inzet van vereende
krachten.
De Genie van de
1e Legerafdeling heeft schitterend meegewerkt aan de overwinning en de
bevrijding van ons allen. De namen van hen die hun leven gaven voor het
Vaderland en die ons door hun voorbeeld zijn voorgegaan zullen steeds in gulden
letters geschreven blijven.
Na de
Wapenstilstand blijft het 1e Genieregiment in België tot 01 februari 1919.
Nadien wordt het naar VLUYN gezonden aan de linkeroever van de Rijn, tegenover
Duisberg, om er deel uit te maken van het
bezettingsleger.
Op 01 november
1919 wordt een gedeelte terug naar België gestuurd en op 15 december van
hetzelfde jaar volgt de rest.
Op deze datum,
bij de op vredesvoet plaatsen van het leger, wordt overgegaan tot de hervorming
van het regiment. Het 1e Bataljon blijft bestaan en zijn embleem wordt gesierd
met de vermeldingen IJZER, ANTWERPEN, KLERKEN en VELDTOCHT 14 – 18. Het krijgt
eveneens de VUURKOORD met de kleuren van het OORLOGSKRUIS. Vanaf december 1920
wordt de eenheid gekazerneerd te Sint-Denys-Westrem bij Gent en vanaf 1921 werd
het terug aan de 1e Legerafdeling toegekend.
De reorganisatie
van 1923 had geen noemenswaardige gevolgen voor het bataljon. In 1924 verhuist
het naar Berchem bij Antwerpen, waar het bij de reorganisatie van 1926 ontbonden
wordt.
Het roemrijke
vaandel wordt overgedragen aan het Koninklijk Museum van het Leger, zoals dat in
1920 gebeurd was met de Vaandels van de 7e en 13e
Geniebataljon.
Bij de mobilisatie in
1939 wordt het 1e Geniebataljon terug opgericht. Het nam deel aan de Achttiendaagse
Veldtocht.
Het bataljon
wordt gemobiliseerd door het 2e Genieregiment, en wordt toegekend aan de 1e
Infanteriedivisie.
De Majoor Placet
voert het bevel over de eenheid.
Na de
Achttiendaagse Veldtocht en de overgave op 18 mei 1940, worden midden augustus
1940 de Belgische Strijdkrachten in Engeland opgericht. Tot deze strijdkrachten
behoorde een bataljon pioniers, welk op 15 september 1940 wordt teruggebracht
tot één compagnie, om vijftien dagen later totaal ontbonden te
worden.
In januari 1943
echter wordt de 1e Belgische Gevechtsgroepering opgericht, doch
zonder genie. In oktober wordt aan dit euvel verholpen en een compagnie onder de
naam van “FIRST BELGIAN ENGINEERS UNIT” ontstond. In
maart 1944 neemt Kapitein Smekens er het bevel over en de eenheid wordt
ingelijfd bij de 1e Brigade, beter bekent onder de naam “BRIGADE
PIRON”.
Het vaandel bleef gedurende de oorlog verborgen in het Koninklijk Museum van het Leger.
De inscheping heeft plaats op 04 augustus 1944. en de ontscheping op 08 augustus te ARROMANCHES en te COURSELLES, het begin van de " bevrijdingstocht ". De brigade staat onder bevel van de 1e Britse korps. Op 17 augustus wordt adjudant Harboort dodelijk gewond bij hevige gevechten in de sector van CAEN.

Op 18 augustus krijgt men het bevel aan te valllen in de richting van FRANCEVELLE. De Genie opent de weg met een merkwaardige moed en koelbloedigheid. Er worden bruggen gebouwd over de DIVES, de DIVETTES en de TOUQUE.

Op 31 augustus
beginnen de voorbereidingen voor de overtocht van de SEINE, overtocht welk op 01
september begonnen wordt.
Op 02 september
is de compagnie te ARRAS en s’anderdaags wordt de Belgische grens te MONCHIN
overschreden. Via ANTOING, LEUZE en ATH wordt op 04 september BRUSSEL bereikt,
waar de jongens een triomfantelijke intocht doen en waar ze tot 10 september
mogen blijven.
Op 21 september blijven tijdens een verkenning van het ZUID-WILLEMS-KANAAL één dodo, twee gekwetsten zes vermisten.
Twee dagen later
wordt kanaal te BOCHOLT overschreden en bij het ontmijnen van de oevers wordt de
1e Sergeant-majoor Linsen gedood.
Op 14 november
wordt de compagnie met de 2e Britse leger ingezet aan het kanaal van
WESSEM, waar ze meehelpen aan het beslissend doorstoten der geallieerde troepen
in deze streek. Na deze operatie gaat de compagnie met rust te LEUVEN. Men
dateert 17 november 1944.
Midden in de
maand december bevindt de ganse eenheid zich te DUINBERGEN en op 20 december
1944 gaan de eerste officieren en onderofficieren over naar het 1e
Genieregiment “ijzer” van het Leger. Op 04 januari behoort iedereen tot deze
eenheid.
Voor haar moedig
gedrag wordt deze compagnie op de Legerdagorders vermeld, en worden haar op 13
april 1945 de VUURKOORD 40-45 en de vermeldingen NORMANDIE en KANAAL VAN WESSEM
toegekend.
Bovendien mocht
de compagnie de eretitel “BEVRIJDING” blijven
dragen.
De naoorlogse periode
Op 20 december 1944 wordt te Heist-aan-Zee overgegaan tot de vorming van het 1e Geniebataljon, “IJZER” van het leger. De tradities van 1918 en 1940 worden overgenomen. De 1e compagnie van het bataljon mag de titel “BEVRIJDING” blijven dragen om de gedachtenis van de compagnie, in Engeland gevormd en zegevierend door Frankrijk, België en Nederland getrokken, te vereeuwigen.

De eenheid
onderscheidt zich te BERGEN-op-ZOOM (Nederland), waar zij de
bevrijdingsgevechten voortzet. Bij deze gevechten vinden wij
achtereenvolgens de eenheden terug te HALSTEREN, STEENBERGEN en BREDE in
Nederland en te WETTEN, XANTEN, KEVELAAR, KASSEL, HASSUM en UDEM in
Duitsland.
Na de V-dag op 08
mei 1945 wordt het 1e Geniebataljon “IJZER” de werksector
KLEVE-REES-GELDERN-MOERS-WESEL toegewezen.
Einde november wordt het bataljon terug ter beschikking van de Belgische autoriteiten gesteld en op 09 december 1945 keert het dan ook terug naar KNOKKE, waar het omgevormd wordt tot een divisionair geniebataljon. Op 10 januari gaat het over naar de 1e Infanteriedivisie. Het bataljon is op dat moment samengesteld uit een staf, een staf- en dienstencompagnie, drie veldcompagnies en een compagnie park en brugslag. De Majoor Galand wordt de eerste bevelhebber van dit nieuwe 1e Genie.


Foto met toestemming van www.belgianbadges4046.be/Genie.htm
In april 1946
wordt het bataljon naar Duitsland gestuurd voor een ontmijningsopdracht. Tijdens
die opdracht bevindt de staf van het bataljon, samen met één compagnie, zich te
BENSBERG terwijl de andere compagnies kantonneren te AKEN. Vanaf de maand juni
bevindt het ganse bataljon zich te BAD
HONNEF.
Met nieuwjaar 1947 wordt en eenheid hervormd in een Staf geniecommando van de divisie en in drie onafhankelijke compagnies met de respectievelijke benaming van 1e Genie “BEVRIJDING”, van 2e en 3e Genie, en tenslotte in een compagnie park- en brugslag. De eenheden worden respectievelijk gekantonneerd te KONINGSWINTER, KORNELISMUNSTER en te MEHLEN; de compagnie park bleef te BAD HONNEF.

Op 1 maart wordt het 3e Genie overgeplaatst naar NAMEN om er ontbonden te worden en de kern te vormen van het 3e Genieregiment. Het 2e Genie wordt naar Antwerpen gestuurd en eveneens ontbonden, tengevolge van de op vredesvoet plaatsen van het leger op 1 maart 1947. Een maand later wordt de staf verplaatst naar BAD GODESBERG en een tweede maal midden augustus naar KONINGSWINTER. In juni 1948 vinden we het Geniecommando alsook het 1e Genie terug te BAD HONNEF.
Na een reorganisatie bestaat het 1e Genie opnieuw uit een staf, een staf en dienstencompagnie, drie veldcompagnies en een compagnie park en brugslag. Op dit ogenblik doet de eenheid beweging naar het kwartier Moorslede te DELLBRUCK bij Keulen.
Het bataljon zal
deze zwaar beschadigde kazerne grotendeels zelf herstellen en er blijven tot
einde 1956, waarna het verhuist naar WESTHOVEN. Op 25 september mag de
korpsoverste, de Luitenant-kolonel Mercier, tijdens een plechtigheid te Namen,
uit handen van de Heer Minister van Landsverdediging, de Heer Devèze, het
roemrijke vaandel van het 1e Geniebataljon, dat ons zes maanden
vroeger was toegekend, in ontvangst nemen.
Terwijl één compagnie in de lente van 1950 het kamp Fühlingersee als kantonnement toegewezen krijgt, gaat de rest van de eenheid naar LUIK om tijdens de treurige gebeurtenissen van juli 1950 bij te dragen tot het handhaven van de orde. Deze afdeling keert slechts terug in het garnizoen op 03 augustus 1950.

Op 01 maart 1960
verlaat het bataljon, de 1e infanteriedivisie en zal voortaan
toegekend zijn aan de 16e divisie, de voormalige
pantserdivisie.
1e Marscompagnie van de Genie
Bij de onlusten
van juli-augustus 1960 stuurt de Genie een " marscompagnie " ter waarde van drie pelotons en een
beperkte staf van een compagnie, naar Kongo. Op 13 juli vertrekt deze compagnie,
samengesteld voornamelijk uit elementen van het 1e Geniebataljon en
aangevuld met enkele militairen van het 5e Geniebataljon en van de
1e Gevechtsgroepering van de Genie, met drie DC-6 vliegtuigen van de
SABENA vanuit ZAVENTEM naar LEOPOLDSTAD.
Na een
emotievolle heenreis van één der drie vliegtuigen, hetwelk een noodlanding moet
uitvoeren te KANO in Brits Nigeria, bevindt de ganse compagnie zich te
Leopoldstad op 17 juli.
Bij hun aankomst
wordt de compagnie onder bevel geplaatst van COMETRO en krijgt zij opdracht het
vliegtuig van NDJILI-LEOPOLDSTAD en het hoofdkwartier van COMETRO te beschermen.
Bovendien levert de compagnie talrijke gewapende escortes voor zendingen naar
Leopoldstad.
Op juli krijgt
het tweede peloton van de compagnie de opdracht het vliegveld van LUOZI in te
nemen en het te verdedigen, vermits opstandelingen het evacueren van de
Belgische vluchtelingen beletten. Bij hun aankomst te LUOZI valt dit detachement
onder vuur. Na een vuurgevecht van circa dertig minuten ontruimen de
opstandelingen het vliegveld en kan de evacuatie van de blanken naar Leopoldstad
beginnen.
Op 17 juli moet het derde peloton een
detachement van het 12e linie ter hulp snellen die in een zwaar
gevecht gewikkeld is te BANNINGVILLE met een overmacht aan opstandelingen. De
opstandelingen worden verslagen en een twintigtal van deze laatsten worden
gevangen genomen, terwijl talrijke wapens en drie ton munitie worden
buitgemaakt.
Na dit gevecht
krijgt de compagnie de volgende opdracht:
-
Beschermen van het vliegveld
van Banningville zodat het evacueren van de blanken ongehinderd uitgevoerd kan
worden
-
Bescherming van de blanke wijk
in Banningville
-
Zorgen voor rust en orde in de
inheemse wijk (10.000 negers) en voornamelijk beletten dat de gevluchte
opstandige soldaten de bevolking zouden
terroriseren.
-
Inzamelen en vernielen van
alle wapens en munitie.
-
Ontwapenen van de soldaten die
met hun wapens in de bossen gevlucht zijn.
De
burgerbevolking van Banningville en het nabijgelegen DIMAL kon verder zonder
incidenten geëvacueerd worden. Op 23 juli vervoegt de compagnie dan ook de basis
van KITONA, een detachement van 43 man achterlatend te Ndjili als
achterwacht.
Wanneer alle
Belgische eenheden worden afgelost door UNO-troepen en zijn Leopoldstad moeten
ontruimen, vervoegt ook dit laatste detachement de basis van
Kitona.
De compagnie,
eerst onder bevel van het 12e Linie, daarna van het 6e
commandobataljon, wordt in Kitona getraind als infanterie en verwacht nieuwe
opdrachten tot plotseling op 09 augustus het bevel komt in te schepen op het
troepentransportschip de “KAMINA”. Op 28 augustus komt de compagnie aan te
OOSTENDE, waar het geschouwd wordt door Zijne Majesteit de
koning.
Einde 1960 en begin 1961 stuurt men één compagnie naar België voor de handhaving van de orde tijdens de wilde stakingen die rond dat tijdstip ons land teisterden. Hiervoor machten kader en manschappen gelukwensen in ontvangst nemen wegens hun kalm en waardig optreden.
Bij de ramp te
JUPILLE, begin februari 1961, stuurt de eenheid eveneens een hulpdetachement.
Voor hun prachtig werk, aanvankelijk zelfs 24 uren op 24, mocht dit detachement
de meest hartelijke gelukwensen ontvangen van verscheidene burgerlijke en
militaire overheden.
Op 01 januari is
de organisatie de volgende: een staf, een staf – en dienstencompagnie, twee
gevechtscompagnies, een compagnie brugslag, een peloton bevoorrading, een
peloton zware uitrusting en een medisch
detachement.
In 1962 wordt de
eenheid ook verzocht hulp te verlenen bij de overstromingsramp te HAMBURG,
waarbij het tevens diende als decor voor het opnemen van een film door de
RTB.
Omdat
Heist-aan-Zee de moederstad is van het naoorlogse 1e Genie en tevens
het uitgangspunt van deelname aan zegevierende bevrijdingsgevechten door
Nederland en de verovering van Duitsland, werd de badstad in 1962 verzocht het
peterschap over het bataljon te aanvaarden. Groots opgevatte
verbroederingsfeesten grepen dan ook plaats te Heist-aan-Zee op 24 juni
1962.
Tijdens de
overstromingen in de omgeving van LIPPSTADT, nam het bataljon deel aan de
reddingsoperaties en dit van 17 tot 19 juli
1965.
Op 01 juli 1973,
bij de reorganisatie van de Genie, verlaat het 1e Genie de
16e Divisie en gaat over naar het Corps. Samen met de 3e
en het 6e Genie vormt het 1e Genie nu de Genie van het 1
(BE) Corps.
De organisatie op
dit ogenblik is het volgende: een staf, een staf – en dienstencompagnie, twee
gevechtscompagnies, een ADM-compagnie, een peloton bevoorrading, een peloton
zware uitrusting en een medisch detachement.
Naast de nooit
aflatende geniewerken en oefeningen, mocht het 1e Genie ook op
sportief vlak enkele overwinningen boeken. De meest merkwaardige zijn wel de
overwinningen in de wisselbeker M. Hauterat, een hindernissenwedstrijd van 500 m
lang met 20 hindernissen, welke tegen het uurwerk gelopen wordt door een ploeg
van 19 man (waarvan tenminste twee officieren en twee onderofficieren). Sinds
1963 won het 1e Genie deze wisselbeker al zeven maal zoals trouwens
ook in 1980, toen de ploegleider de wisselbeker uit handen van Zijne Majesteit
de Koning mocht ontvangen.
150ste verjaardag
Dat zo’n
verjaardag ook bij het 1e Genie niet onopgemerkt voorbij kon gaan is
natuurlijk duidelijk.
De
feestelijkheden rond deze verjaardag werden ingezet gedurende het weekend van
20-21 juni 1980, tijdens bijzondere verbroederingsfeesten te
KNOKKE-HEIST.
Deze
verbroederingsfeesten met de peterstad van het 1e Genie
“KNOKKE-HEIST” startte de 20ste in de namiddag op het stadhuis van
HEIST waar een talrijke delegatie van het 1e Geniebataljon welkom
werd geheten door de dienstdoende
burgemeester.
Daarna werden er
bloemen neergelegd bij de verschillende monumenten ter nagedachtenis van de
gesneuvelden van beide wereldoorlogen in de verschillende delen van
KNOKKE-HEIST. De eerste dag werd vervolgens afgesloten na een uitstekende
vismaaltijd met een volksbal in de sporthal van
HEIST.
’s Anderdaags
nadat de verschillende compagnies onder ruime belangstelling door HEIST waren
getrokken greep er een wapenschouwing plaats op de markt van
HEIST.
Naast de
traditionele eedaflegging van enkele jonge onderofficieren, werden er enkele
verdienstelijke onderofficieren vereremerkt. Bovendien werd er bijzonders
aandacht besteed aan de Adjt CAPOEN, sinds jaren secretaris van het Bataljon,
maar die wegens zijn ouderdom op rust wordt
gesteld.

Ook aan de
marsploeg van het 1e Genie, die de afstand Knokke-Heist-Keulen te
voet overbrugde, alsook aan de winnende ploeg van het 1e Genie die de
wisselbeker Maurice Hauterat voor de zoveelste maal wegkaapte, werden er
herinneringsmedailles uitgereikt. De tweede dag van deze verbroederingsfeesten
werd afgesloten door een taptoe van de muziekkapel van de
Zeemacht.
Op 26 oktober
1980, op één dag na de 150e verjaardag van het 1e Genie,
werd er een opendeurdag georganiseerd met wapenschouwing. Op deze datum hadden
de ouders en familieleden van de soldaten de gelegenheid om het soldatenleven
een beetje meer van nabij te bekijken. De familieleden hadden de gelegenheid de
logementen te bekijken, een blik te werpen op het tentoongestelde materiaal
alsook een diamontage te bekijken over het leven in de
eenheid.
Op de
wapenschouwing, die werd voorgezeten door Kol SBH Aspeslagh, C Gn1 (BE) Corps,
schetste de Korpscommandant, Lt Kol SBH Withofs het roemrijke verleden van het
1e Genie. Mevrouw TEMMERMAN, meter van het bataljon, reikte daarna de
jaarlijkse wisselbeker “Beker Kol TEMMERMAN” uit aan de commandant van de
2e compagnie die voor de tweede achtereenvolgende maal het meeste
aantal punten met zijn ploeg totaliseerde in de verschillende proeven van deze
wisselbeker. Deze heugelijke dag werd afgesloten met een kleine
spel-zonder-genzen tussen de compagnies dat met veel belangstelling werd gevolgd
door de ouders.
1 Genie in België gekazerneerd
In de periode1992
– 1994 neemt het bataljon deel aan een reeks buitenlandse opdrachten in SOMALIË
en EX-JOEGOSLAVIË.
In het kader van de herstructurering BEAR 97 wordt het 1e Geniebataljon in 1994 omgevormd tot de 1 Compagnie Genie en neemt de compagnie de tradities van het 1e Geniebataljon over. De compagnie verhuist naar Burcht. Sinds 30 juni 1994 is de compagnie toegewezen aan de 17 Gemechaniseerde Brigade.

De compagnie nam
deel aan verschillende buitenlandse opdrachten in JOEGOSLAVIË, KOSOVO en BENIN.
Tevens nam de eenheid deel aan humanitaire operaties zoals “Marianne 2000” na
hevige stormen in FRANKRIJK.
Sinds april 2002 is de 1ste Compagnie Gevechtsgenie ontbonden als onafhankelijke eenheid,
maar werd tezelfdertijd opgenomen als
compagnie van het 11de Geniebataljon, dat op dit ogenblik ook een
herstructurering kende.
September 2003
wordt beslist dat een half peloton gevechtsgenie in cumul para moet zijn, wat
een kleine reorganisatie binnen de compagnie als gevolg
heeft.
Op 03 december
2003 wordt het “Stuurplan” bekendgemaakt door de Minister van Landsverdediging,
welke terug een invloed heeft op de interne organisatie van het 11 Genie
Bataljon en de 1 Compagnie Gevechtsgenie.
De uitvoering hiervan vond plaats in de loop van 2004. Een deel van het personeel gaat over in de 68 Cie Steun van het 11 Geniebataljon.
De compagnie in haar huidige vorm nam reeds deel aan operaties in KOSOVO en hulpverlening in BENIN.
Tijdens de zomer 2004 bevindt zich een groep militairen in AFGANISTAN, als versterking bij ISAF. In het najaar 2004 heeft een groep militairen werken uitgevoerd in Kosovo.
Januari 2005 zijn een aantal militairen van de 1 Cie vertrokken naar WELINGAMA ( Azië ) voor de opruiming van puin en de heropbouw van scholen en woningen, ten voordele van de slachtoffers van de tsunami.
Schema : " Kroniek sedert 1945
"