|
Historiek vlag 68 Cie
GevGn
Het koninklijk besluit Nr 5507 van 29
januari 1919, ondertekend door Zijne Majesteit Koning Albert I,
kende aan de “Wielrijderscompagnie van de Genie van de
Cavaleriedivisie” een vlag toe. De omstandigheden van de
overhandiging zijn onbekend. Aangenomen mag dat, naar analogie met
meerdere geniebataljons uit deze periode die ook een vlag toegekend
kregen, dat de vlag in 1919 overhandigd werd.
De “Wielrijderscompagnie van de Genie van de
Cavaleriedivisie” heette oorspronkelijk bij haar oprichting, op 15
december 1913, na een reorganisatie van het Belgisch leger,
“Compagnie Pioniers Pontonniers Wielrijders van de Cavaleriedivisie”
of “Compagnie Pioniers Pontonniers Cyclisten van de
Cavaleriedivisie” (PPC/CD) in het toen courant taalgebruik. Deze
benaming PPC/CD werd aangehouden tot 01 februari
1915.
Vanaf 01 februari 1915 tot 26 januari 1918
werd deze compagnie genoemd “Compagnie Pioniers Pontonniers
Wielrijders (of Cyclisten) van de 1ste Cavaleriedivisie”.
Het is pas vanaf 26 januari 1918 dat de benaming
“Wielrijderscompagnie van de Genie van de Cavaleriedivisie”
aangenomen werd. Vanaf 1920 betrok deze eenheid de Leeuwenkazerne te
Tervuren, sinds 1949 kazerne “Luitenant-Kolonel Lempereur” genoemd.
De vlag werd er binnen de kazernemuren bewaard.
Te wijten aan, enerzijds nieuwe affectaties
voor de “Wielrijderscompagnie van de Genie van de Cavaleriedivisie”
en anderzijds reorganisatie in de schoot van het Belgisch Leger en
de Genie, wijzigde deze eenheid voor het uitbreken van de Tweede
Wereldoorlog nog meermaals van naam. In 1923 werd deze compagnie
“Wielrijdersbataljon van de Genie” genoemd, in 1936 “Geniebataljon
van het Cavaleriekorps”.
Bij de mobilisatie in 1939 ontsproten uit
het Geniebataljon van het Cavaleriekorps meerdere eenheden waaronder
het 20ste Geniebataljon. Het 20ste
Geniebataljon werd in 1939 het geniebataljon van het Cavaleriekorps
en bewaarde de vlag van de “Wielrijderscompagnie van de Genie van de
Cavaleriedivisie”. Bij Legerorder nr 66 van 10 juli 1931 werd de
nestel in de kleuren van de Leopoldsorde toegekend. Deze nestel is
vanaf die dag onafscheidbaar met de vlag
verbonden.
Het 20ste Geniebataljon van het
Cavaleriekorps neemt deel aan de krijgsverrichtingen van de
achttiensdaagse veldtocht van 10 tot 28 mei 1940 tijdens de Tweede
Wereldoorlog. In de nacht van 27 op 28 mei 1940, de vooravond van de
capitulatie, werd de vlag van het 20ste Geniebataljon, de
vlag van de “Wielrijderscompagnie van de Genie van de
Cavaleriedivisie” overgebracht naar de abdij te St-Andries bij
Brugge om er bewaard en verborgen te blijven. Op 03 oktober 1944
wordt de vlag terugbezorgd aan Kapitein Stafbrevethouder Guilmont,
die deze op 2 maart 1945 aan het Koninklijk Museum van het Leger
heeft overgedragen.
Vanaf zijn oprichting op 15 januari 1951 nam
het 6 Geniebataljon de tradities van het 20ste
Geniebataljon over. Bij zijn oprichting in 1951 was het 6
Geniebataljon toen ook de enige genie-eenheid behorende tot een
Pantserdivisie (Cavaleriedivisie), met name de 16de
Pantserdivisie. Het is om die reden dat het ook de tradities erfde
van een genie-eenheid behorende toto een Pantserdivisie, met name de
16de Pantserdivisie.
Op 31 maart 1951 werd dan ook de vlag van
het 20ste Geniebataljon overhandigd aan de eerste
Korpscommandant van het 6 Geniebataljon, Luitenant-Kolonel
stafbrevethouder Lafontaine. De overhandiging gebeurde door
Generaal-Majoor Gysels, afgevaardigde van de Heer Minister van
Landsverdediging en Commandant van het 16de
Pantserdivisie en dit te Namen op de Saint-Aubin tijdens een eerste
bataljonsaantreden.
Tenslotte werd, na de ontbinding van het 6
Geniebataljon, de vlag van de “Wielrijderscompagnie van de Genie”
officiëel toegewezen aan de 68 Compagnie Gevechtsgenie die ze op 20
januari 1995 ontving uit handen van Generaal-Majoor Van Den Bosch,
Commandant van de 1ste Gemechaniseerde
Divisie.
Bij de transitie van de 68 Compagnie
Gevechtsgenie waarbij de eenheid als onafhankelijke compagnie
verdween, werd de vlag terug overgemaakt aan het Legermuseum, waar
ze heden ten dage nog te zien
is. |